kop

Doofheid bij witte katten

Witte katten en doofheid lijken samen te horen. Er is inderdaad een verband tussen witte katten en doofheid, maar niet alle witte katten zijn doof.
Er is weinig bekend of doofheid bij witte katten meer voorkomt bij het ene ras dan bij het andere. Doofheid kan het gevolg zijn van het gen voor Dominant Wit (W). Aangezien niet alle witte katten doof zijn, spelen ongetwijfeld nog andere genen een rol.
Er is ook een gen voor witte vlekken (S - Piebald Spotting), maar er blijkbaar geen verband tussen deze vorm van wit en doofheid. Katten met het W-gen zijn niet altijd volledig wit, maar hebben dikwijls gekleurde vlekjes op het hoofd, die gewoonlijk verdwijnen als ze ouder worden.
De frequentie van doofheid in witte katten blijkt hoger te liggen bij witte katten met blauwe ogen. Witte katten met onderliggend het gen cs (Siamees) hebben (diep)blauwe ogen, en lijken minder problemen te hebben met doofheid (Pedersen, 1991). Er zijn geen gegevens die dit bevestigen. Een "Siamees" blauw oog licht rood op op een foto getrokken met flits, "Witte" blauwe ogen lichten groen op.
Uit studies blijkt:
* uit 256 witte katten uit drie studies (Bosher & Hallpike, 1965; Mair, 1973, Bergsma & Brown (herzien door Delack, 1984), 1971) bleek dat 12.1% aan één kant (unilateraal) en 37,9% aan beide kanten (bilateraal) doof waren - een totaal van 50%.
* bij onderzoek van kittens uit combinaties van 2 witte ouders bedroeg de doofheid (uni- en bilateraal) 52% tot 96%
* onderzoek door Mair (1973) en Bergsma & Brown (1971) naar de relatie tussen blauwe ogen en doofheid wees uit dat doofheid (uni- en bilateraal) resp. 85% en 64.9% bedroeg bij katten met 2 blauwe ogen, resp. 40% en 39.1% bij katten met 1 blauw en 1 niet-blauw oog (odd eyed) en resp. 16.7% en 22% bij katten met 2 niet-blauwe ogen.
* het percentage dove katten zou minder zijn bij raskatten dan bij huiskatten (Pedersen, 1991), maar gegevens die dit ondersteunen zijn niet beschikbaar.

Een dove kat ondervindt hinder van zijn of haar handicap. Ze kan op bepaalde signalen niet of te laat reageren met alle gevolgen vandien. Het is dan ook niet verstandig om bewust katten met een hoog risico op doofheid te fokken.
Het risico kan echter fel verminderd worden door rekening te houden met een aantal factoren. Het risico wordt een pak hoger als men 2 witte katten met elkaar kruist. Ook wordt het risico hoger bij katten met (licht)blauwe ogen. Eén van de belangrijkste punten echter is niet te fokken met (uni- of bilateraal) dove witte katten.
Het kan best moeilijk zijn te bepalen of een kat doof is of niet, zeker als ze slechts aan één kant doof is. Er is een test die hierover uitsluitsel geeft, de BAER of BAEP test.
BAER test bij katBAER staat voor Brainstem Auditory Evoked Response, BAEP staat voor Brainstem Auditory Evoked Potential.
Een speciale computer vangt electrische signalen op via kleine electroden. Deze electroden worden geplaatst aan de inplant van het oor (2) en 1 op het voorhoofd. Deze electroden zijn heel dunne naaldjes waar de kat normaal gezien niets van voelt. De test kan normaal gezien zonder verdoving gebeuren. Sommige katten vinden het hele gedoe van draadjes die in de weg hangen maar niets en dan kan besloten worden om de test onder narcose te laten doen. Met geduld en zachte aanpak is dit gewoonlijk niet nodig. Dove katten hebben blijkbaar minder last met de test dan horende katten.
Via een oordopje stuurt de computer klikjes naar het oor, en de electroden vangen de electrische pulsjes op, de reactie van de hersenen op de klikjes. De test dient een aantal keer herhaald te worden, om andere electrische activiteit van de hersenen (spierbewegingen e.d.) uit te filteren. De test neemt normaal 10-15 minuten in beslag en kan vanaf de leeftijd van 6 weken gedaan worden.
Na de test krijg je een certificaat, al dan niet vergezeld van een afdruk van de grafiek.
Om de identiteit van een getest dier te bevestigen, is chippen handig tot noodzakelijk.
Onderstaand zijn typische grafieken van
(helemaal boven) een normaal horende kat (I is de klik in het oor, II en III zijn reacties van de hersenen)
(2e van boven) een kat die links doof is. De linkse grafieklijn is nagenoeg vlak
(3e van boven) een kat die rechts doof is.
(onderste) een kat die aan beide kanten doof is.
BAER scan

Niet alleen erfelijke doofheid produceert een vlakke grafiek, ook een oor dat vol oorsmeer zit, of een stevige (midden)ooronsteking kan dit beeld geven. Hou hiermee rekening bij het testen.

Terug