kop

Met de hand grootbrengen van kittens

FlesDe beste moeder voor een kitten is..... hun eigen natuurlijke moeder! Maar het kan gebeuren dat wij moeten ingrijpen om het leven van één of meerdere kittens te redden. Een kat kan bijvoorbeeld meer kittens op de wereld zetten dan waar ze voor kan zorgen en/of ze kan niet genoeg melk hebben voor iedereen. Soms kan de moederpoes een infectie oplopen, zoals mastitis, waardoor ze haar jongen niet kan zogen, of ze kan zelfs overlijden.
Bij een keizersnede kan er ook vanalles foutlopen: de melkproductie kan moeilijk op gang komen, de moederpoes wil de kittens niet accepteren of ze moet nog even bekomen van de operatie. Ook de kittens zelf kunnen ziek worden waardoor hun instinct om te zuigen wegvalt of kunnen door een verstopt neusje de moeder en de melk niet ruiken. En je hebt moederpoezen die het nestje laten voor wat het is en haar kittens verstoot.
Door de moederpoes goed in het oog te houden zodat deze niet verzwakt of door snel in te grijpen als ze tekenen van ziekte vertoont, kan ook veel miserie voorkomen worden.

Als kittens zonder hun natuurlijke moeder vallen kan een andere moederpoes die een nestje van ongeveer dezelfde leeftijd aan het grootbrengen is, en die de kleintjes kan en wil accepteren, een oplossing zijn. Bedenk hierbij wel dat katten uit een andere populatie dan die van u, in een heel andere bacterie- en virusomgeving leven. De bijgevoegde kittens kunnen hierdoor ziek worden of zij kunnen de andere kittens en katten ziek maken. Als een onthaalmoeder niet lukt, dan wordt JIJ de moeder. Uw doel wordt het grootbrengen van de kittens tot sterke, gezonde en lieve volwassen katten. Dit kost heel veel tijd en aandacht, maar de beloning is een verrijkende levenservaring.

Drie zaken zijn hier heel belangrijk:
* de kittens hebben een droge, warme, schone en veilige omgeving nodig
* ze hebben de gezondste voeding nodig die je kan vinden, in de juiste hoeveelheid en op de juiste tijden
* je zal veel aandacht moeten besteden aan alle factoren die nodig zijn om een kleintje groot te brengen. Kittens hebben VEEL liefde nodig. Zonder hun moeder zullen ze die van jou moeten krijgen.
Hou een dagboek bij met de gewichtjes, hoeveel en wanneer ze gegeten hebben, ontlasting, enz...

Het nest
Er zijn couveuses verkrijgbaar (raadpleeg uw dierenarts), maar dit is alleen nodig voor extreem kleine kittens, niet volgroeide kittens of als je de temperatuur van de ruimte onvoldoende onder controle hebt.
Normaal volstaat een kartonnen doos. Let op met fruitdozen: deze zijn meestal met een sterk insecticide behandeld en dit is niet gezond voor kleine katjes!
Een nestje moet een warm, droog, schoon en veilig plaatsje zijn waar de kleintjes van de enorme hoeveelheid slaap kunnen genieten die ze de eerste weken nodig hebben om te groeien en te ontwikkelen. Warmte is van levensbelang in de eerste twee levensweken. Kittens kunnen dan hun lichaamstemperatuur zelf nog niet goed regelen, en kunnen makkelijk onderkoeld geraken.
Een onderkoeld en/of ondervoed kitten kan in shock geraken. Dit is vrij ernstig en levensbedreigend. Warm het kitten op (wrijven, warmwaterkruik - niet te heet!) en los een pak suiker op in wat water. Probeer dit suikermengsel in het mondje te druppelen of dien wat toe met een sonde. Veel meer kan je niet doen (tenzij de dierenarts erbij halen en hopen dat het beestje zich herpakt).
Een elektrisch dekentje kan op de laagste stand, best in een waterdichte verpakking, ONDER de doos geplaatst worden. Leg het dekentje aan 1 kant, zodat de kittens naar een koeler plekje kunnen verhuizen als ze het te warm hebben, en omgekeerd.
De doos komt op een tochtvrij, stil plaatsje. De randen van de doos moeten hoog genoeg zijn om de kittens in de doos te houden en de doos zelf groot genoeg zodat de kittens kunnen rondkruipen/lopen. Zorg dat de kittens nergens tussen of onder kunnen kruipen en vast kunnen geraken of verstikken.
De ideale temperatuur:
- geboorte tot 7 dagen: 31 - 33 °C
- 8 tot 14 dagen: 27 - 30 °C
- 15 tot 28 dagen: 27 °C
- 29 tot 35 dagen: 24 °C
- vanaf 35 dagen: 21 °C

Eten!!!
FlesvoedingEr bestaan speciale flesjes voor kleine beestjes. Gewoonlijk moet je in de speentjes nog gaatjes maken. Dit gaat best met een verhitte stopnaald. Enige oefening kan hier nodig zijn: als het gat te groot is, komt er teveel melk uit, en als het gat te klein is, komt er helemaal niets uit.
Steek het speentje voorzichtig in het bekje - best als het kitten op zijn buikje ligt - en trek het voorzichtig wat naar boven en naar voor, zodat het kopje wat omhoogkomt en het nekje uitgestrekt is. Let op het niveau van de melk om te zien of het kitten wel degelijk zuigt. Te weinig voeren is de eerste dagen beter dan teveel voeren. Het kitten zal gewoonlijk stoppen met zuigen als het vol is. Als er melk uit het neusje komt, dan komt de melk te snel wat wil zeggen dat het gat in de speen te groot is. (Als de melk uit het neusje blijft komen, raadpleeg dan de dierenarts om te controleren of het gehemelte intact is en of het mondje volgroeid is).
De melk dient 37 tot 38 °C warm te zijn (de lichaamstemperatuur van katten). Opwarmen kan best door het flesje in warm water te dompelen. De microgolf is minder geschikt omdat het de samenstelling van de melk kan veranderen en omdat de warmte niet altijd evenredig verdeeld is.
Sommige voeren liever met een spuitje (zonder naald uiteraard!), die u ongetwijfeld bij uw dierenarts kan bekomen. Hiermee weet u exact hoeveel het kitten gegeten heeft, de stroom is makkelijk te controleren en desnoods kan druppelsgewijs gevoerd worden. Voor kittens tot anderhalve week volstaat een 2.5 ml spuitje om de 2 uur, daarna kan een 5 ml spuitje tot 3 weken, om de drie uur en vanaf dan kan een 10 ml om de 4 uur. Afhankelijk van de grootte en de honger volstaat 1 spuit van 10 ml, tot 3 spuiten van 10 ml. En jawel: om de 2, 3 of 4 uur betekent ook 's nachts!
Als kittens ouders worden zullen ze ook beter laten weten wanneer ze honger hebben. Kittens die niet voldoende te eten krijgen piepen voortdurend, zuigen aan andere kittens of aan zichzelf en hebben een duidelijk voelbare ruggengraat en heupen.
Eén van de beste vervangers voor moedermelk is (de vrij prijzige) KMR, te verkrijgen via uw dierenarts of apotheker. KMR is te verkrijgen in verschillen maten, en in poedervorm en in vloeibare vorm. Vloeibaar is de makkelijkste, poeder is de meest economische. Het poeder is niet altijd makkelijk klontervrij op te lossen. Dit lukt best door een beetje poeder op te lossen in koud water, en beetje bij beetje meer poeder toe te voegen. De juiste dosering vindt u op de blikken.
Na het voeren hou je het kitten met de rug tegen je borst en wrijf je over het buikje, tot het een boertje laat (ok, dit is niet echt nodig, maar ongetwijfeld zal het kleintje het buikwrijven prettig vinden :-)

Een betere en snellere manier om kittens te voeren, is sondevoeding,
SondeWat je nodig hebt is een sonde (via de dierenarts of dierenkliniek), een spuit (zonder naald, 2.5 ml bij kittens onder 1 1/2 week, 5 ml bij oudere en grotere kittens), melk en kokend water. Bij weerbarstige kittens ook een kleine handdoek. De diameter van de sonde is afhankelijk van de leeftijd van het kitten. 1.5 tot 2 mm is geschikt voor pasgeboren kittens, bij grotere kittens mag de diameter groter. Een te dunne sonde bij een groot kitten is gevaarlijk omdat de dunne sonde makkelijker in de luchtweg kan en de dunne sonde kan makkelijker doorgebeten worden. Is er geen sonde te vinden, dan kan een dunne katheter (die heeft de dierenarts zeker in huis) dienst doen.
Neem een kitten en leg de punt van de sonde iets onder het middenrif (daar ligt het maagje). Meet de lengte van het maagje tot aan het neusje en zet met een permanente stift een streepje, een halve centimeter voorbij het neusje. Dit zou een 8-tal centimeter moeten zijn.
Doe wat kokend water in een potje, plaats de sonde op de spuit en zuig deze vol heet water. De sonde wordt hierdoor wat zachter, en het geheel wordt steriel. Doe dit een paar keer. Zorg dat er warme (37 tot 38 °C) melk klaarstaat.
Vul de spuit met melk en zorg hierbij dat er geen lucht in de sonde of de spuit zit. Neem een kitten en pak het - indien nodig - in in de handdoek. Hou het kitten rechtop en schuif de sonde over de tong in de keel. Duw langzaam en voorzichtig de sonde in het kitten tot je aan het streepje komt. Je voelt normaal 2 keer een lichte weerstand: bij het passeren van het keeltje en bij de ingang van de maag. Stoot je op weerstand na een cm of 3, trek dan de sonde terug en begin opnieuw. Dit wil zeggen dat je in de luchtweg zit (en daar wil je geen melk in). Breng de sonde steeds zeer voorzichtig in en forceer niets.
SondeAls de sonde tot het streepje binnen zit, dan duw je langzaam de spuit leeg. Aan de hand van het streepje op de sonde kan je controleren dat die diep genoeg en op haar plaats blijft. Wil je echt zekerheid dat je in het maagje zit, en niet in de longetjes, spuit dan een druppeltje binnen. Als het kitten begint te sputteren, zit je verkeerd. Als de sonde tot aan het streepje (7-8 cm) in het kitten zit, dan is de kans heel klein dat je verkeerd zit.
Als de spuit leeg is, kan je de sonde voorzichtig terug trekken en is Kees klaar. Het boertje hoeft ook hier niet, maar als je wat extra tijd en extra knuffeltjes over hebt, mag het natuurlijk.
Hulp bij de sondevoeding is handig: 1 manipuleert de sonde en het kitten, de andere kan de spuit bedienen.
Sondevoeding heeft een aantal voordelen tegenover fles- of spuitvoeding.
* u, uw kleren, de vloer en kitten hangen niet vol melk, maar alle melk zit in het kitten
* u hebt een betere controle over de hoeveelheid melk dat het kitten binnen heeft
* het kitten verslikt zich niet
* sondevoeding - mits een beetje ervaring - gaat snel
* kittens die weigeren te eten hebben pech
Een paar aandachtspunten:
* de sonde moet tot aan het streepje zonder veel moeite naar binnen schuiven
* de sonde moet tijdens de voeding tot aan het streepje binnen blijven
* voor en na iedere voeding dient de sonde en spuit doorgespoeld worden met gekookt water. We willen geen kitten met diarree.
* schakel het kitten zo snel mogelijk op andere voeding over (vast, zogen of flesvoeding). Het kitten moet de honger- en slikreflex terug onder de knie krijgen

Echt eten
Vanaf een week of 4 beginnen sommige kittens interesse te tonen voor vaste voeding (spenen). Je kan hier - zeker als je de kittens met de fles moet grootbrengen - wat in helpen. Doe wat melk op je vinger en probeer of het kitten de melk wil aflikken. Lukt dit niet, kuis dan je vinger af aan het snuitje (niet aan het neusje). Het kitten zal zich schoonlikken en 't zal nog lekker zijn ook. Zodra het kitten het likken doorheeft, kan je beginnen met wat babyvoeding op je vinger te smeren en te laten aflikken. Soms helpt het om een beetje babyvoeding in het bekje te steken. Zodra ze daar ze smaak van te pakken hebben kan je ze een bordje presenteren.
Sommige kittens kunnen op 7 weken nog steeds het nut van vast voedsel niet inzien. Hier moet je geduld hebben (vergeet niet dat het kitten geen moeder heeft waar ze van kunnen leren) en voor het papje voeren blijven proberen met vaste voeding. Sommige kittens zullen het blijven vertikken om blikvoer te eten, maar kunnen verzot zijn op droge brokjes (kittenbrokjes).

Drinken
Let er steeds op dat kittens niet uitdrogen. Je kan dit controleren door de vacht ter hoogte van de schouderbladen vast te nemen en omhoog te trekken. Bij een normaal kitten moet de huid binnen een seconde terug normaal liggen. Hoe langer het duurt eer de huid terug normaal ligt, hoe meer vocht het kitten nodig heeft. Bij ernstige uitdroging kan uw dierenarts onderhuids vocht inspuiten.
Kitten die al een tijdje bij de moeder gezoogd hebben, zijn ook moeilijker aan flesvoeding te krijgen. Dit kan soms nodig zijn als de moederpoes b.v. ziek wordt. Hier kan, bij hardnekkige gevallen, sondevoeding een oplossing zijn.

After dinner
PlasjeKittens kunnen zelf niet naar het toilet tot ze ongeveer 4 weken oud zijn. De moederpoes masseert door het likken de buik en de streek rond de anus. Daardoor worden de darmpjes gestimuleerd en wordt de blaas geledigd. Zonder moederpoes is dit ook een werkje voor u.
U hoeft niet te likken, maar na elke voeding dient u met een watje of een zacht doekje, gedrenkt in warm water, het buikje en de streek onder het staartje te masseren. Dit is zeer belangrijk, want zonder deze behandeling zal het kitten niet plassen en poepen. Dit moet tot u absoluut zeker bent dat het kitten zelfstandig "op de bak" gaat.
Laten plassen valt over het algemeen nogal mee, poepen gaat over het algemeen lastiger. Denk eraan dat het velletje van je baby heel dun is, dus zachtheid is geboden.
De stoelgang is normaal vast en gelig. Het is normaal dat er niet bij elke voeding geplast en/of gepoept wordt. Het poepen kan zelfs een dag uitblijven. Dit is normaal, als het kitten groeit, goed eet en plast.
Losse, gelige stoelgang kan duiden op een lichte overvoeding. Probeer de melk ongeveer 1/3 te verdunnen met water tot de stoelgang terug normaal wordt. Stop daarna geleidelijk met de verdunning.
Losse, groenige stoelgang kan betekenen dat de melk te snel door het kitten gaat, en dat de voeding onvoldoende opgenomen wordt. Gewoonlijk is dit ook wegens een lichte overvoeding. Verdun de melk ongeveer 1/3 met water en consulteer de dierenarts om eventueel een anti-diarree middeltje toe te voegen aan de melk.
Als de stoelgang op magere kaas trekt, dan is ofwel de melk te sterk, er is sprake van ernstige overvoeding, of het kitten heeft een darminfectie. Consulteer de dierenarts. Misschien dient de melk sterk (1/2) verdund te worden, of moet het kitten antibiotica krijgen.
Heel vaste stoelgang of verstopping kan betekenen dat de melk niet geconcentreerd genoeg is. U dient kleinere hoeveelheden frequenter te voeren. Als het buikje erg gezwollen is en er 1 dag geen stoelgang geweest is, kunnen een paar druppeltjes minerale olie overwogen worden U kan met uw dierenarts overwegen om de darmpjes te spoelen.

Moederloze kittens moeten beschermd worden tegen infecties. Was steeds voor en na elke handeling van de kittens uw handen en zorg dat flesjes, spenen, spuitjes steeds schoongemaakt worden met (heet) gekookt water.
Dit is zeer belangrijk als de kittens de eerste moedermelk (colostrum) niet gekregen hebben. Het colostrum bevat antistoffen tegen allerlei ziekten. Als de kittens geen colostrum gekregen hebben, hou dan andere dieren uit de buurt als voorzorg tot de kittens gevaccineerd zijn.

Er is blijkbaar een oplossing voor kittens die geen colostrum gekregen hebben, Er moet echter binnen de 12 - 30 uur ingegrepen worden, en de oplossing is niet alledaags. Eén van uw katten of een paar katten, die niet zwanger zijn, kunnen bloed geven. Dit dient gecentrifugeerd zodat de rode bloedlichaampjes gescheiden worden. Wat overblijft is serum met antistoffen. Dit serum kan met een sonde toegediend worden aan het kitten. Tot een 30 uur na de geboorte is de darmwand permeabel (doorlatend) voor de antistoffen.
Deze praktijk wordt toegepast voor renpaarden en andere dure beestjes en blijkt ook een relatief hoge kans op succes te hebben bij kittens.

Tot slot kunnen we alleen nog aanbevelen om vóór een nestje geboren wordt, alle spullen (flesjes, spenen, spuitjes, sonden, KMR, elektrisch dekentje, enzovoort) in huis te halen. Dit alles gaan zoeken als het fout begint te lopen, loopt gewoonlijk niet goed af (weekend, niet op voorraad, enz...).

Terug