kop

Toxoplasmose

Toxoplasmose is belangrijk voor katten en hun eigenaars om 4 redenen:
- het is één van de belangrijkste zoönotische aandoeningen bij mensen (zoönotisch wil zeggen dat de aandoening doorgegeven kan worden tussen mensen en dieren).
- de ziekte bij mensen treft vooral ongeboren op pasgeboren kinderen, welk een grote impact heeft op vrouwen - de grootste groep kattenliefhebbers.
- katten zijn de enige gastheer voor de ziekteverwekkende parasiet.
- katten kunnen klinisch ziek worden van de parasiet.

Toxoplasma Gondii is een complexe parasiet. De parasiet kan zich alleen vermenigvuldigen in de cel van een gastheer, en vernietigt daarbij de cel.
Toxoplasmose Alleen in het darmstelsel van de kat kan de parasiet zijn volledige levencyclus doorlopen en zich voortplanten via een seksuele cyclus. Er worden dan oöcysten gevormd die via de feces worden uitgescheiden.
Zowat alle vissen, reptielen, vogels en zoogdieren kunnen als tussengastheer dienen.
De voornaamste besmettingshaard bij katten zijn vogeltjes, knaagdieren en reptielen of rauw of onvoldoende gekookt vlees welk besmet is met de cysten van de parasiet.
De ingekapselde (cyste) vorm van de parasiet komt het meest voor in spierweefsel van tussengastheren. Deze cysten blijven relatief inactief tot het spierweefsel door een vlees- of alleseter (mens) opgegeten wordt. In het maag- darmstelsel wordt de harde wand van de cyste afgebroken en komen bradyzoiten vrij, die op hun beurt omvormen tot tachyzoiten. Alleen bij de kat worden sommige tachyzoiten seksueel actief en worden ze vruchtbare oöcysten. Andere tachyzoiten bij de kat en alle tachyzoiten bij de anderen verspreiden zich door het lichaam, vermenigvuldigen zich a-seksueel en worden uiteindelijk - door de ondertussen gevormde antistoffen - cysten.
De vruchtbare oöcysten worden uitgescheiden met de feces van de kat, tot 10.000 per dag vlak na de besmetting. Katten scheiden gewoonlijk oöcysten uit tussen 5 en 14 dagen na de besmetting. Deze oöcysten worden op hun beurt (na 1 tot 2 dagen) sporocysten, en deze kunnen in warme, vochtige grond gemakkelijk 1 jaar overleven.

Tussengastheren worden meestal besmet door het opnemen van sporocysten. Koeien, varkens, schapen, vogels, knaagdieren, reptielen, enzovoort eten grassen, groenten en zaden van de besmette grond. Eens besmet reist de parasiet door het lichaam, vermenigvuldigt zich a-sexueel en uiteindelijk vormen zich cysten in het spierweefsel, de longen, hersenen, hart, enzoverder. Vlees- en alleseters kunnen zowel besmet worden door sporocysten (slecht gewassen groenten, door contact met besmette grond of contact met besmette kattenuitwerpselen. Bedenk wel dat besmetting via het verteringsstelsel geschiedt!) als door cysten (door het eten van besmet, onvoldoende of niet gekookt vlees).

Bij besmetting met Toxoplasma Gondii zijn ziekteverschijnselen eerder zeldzaam. Hierna zijn zowel mens als dier immuun. Zijn er toch symptomen, dan zijn deze vaag aangezien de parasiet zich door het hele lichaam kan verplaatsen en diverse organen kan aantasten. Alleen op klinische tekenen kan Toxoplasmose niet aangetoond worden. Er dient een bloedonderzoek te worden uitgevoerd. Bij een hoge concentratie aan afweerstoffen voor toxoplasmose kan een besmetting verondersteld worden. Een hoge titer kan echter ook wijzen op een vroegere infectie.
Aangezien de parasiet willekeurig toeslaat en cellen vernietigt, kan toxoplasma gondii ernstige gevolgen hebben en kunnen dieren eraan sterven, zeker als de parasiet schade aanricht in het zenuwstelsel.

Een (eerste) infectie met toxoplasmose kan wel gevaarlijk zijn voor een zwangere vrouw. De parasiet kan tot bij het ongeboren kind komen, en daar cellen vernietigen. Aangezien de foetus nog geen goed ontwikkeld afweersysteem heeft, kunnen de gevolgen ernstig zijn: mentale achterstand, ernstige oogafwijkingen tot blindheid, een waterhoofd, .... In ernstige gevallen kan de foetus sterven.
Vrouwen die reeds een infectie doorgemaakt hebben, hebben antistoffen. Dit aantal wordt geschat op 50%. Het risico om gedurende de zwangerschap een infectie op te lopen bedraagt naar schatting 0,5%. Bloedonderzoek kan bepalen hoe groot het risico is: als er geen antistoffen gevonden worden, dient dit tijdens de zwangerschap regelmatig gecontroleerd worden om een eventuele besmetting tijdig op te sporen. Volgens Prof. Foulon (gynaecoloog in het AZ VUB, een specialist in toxoplasmose) kan men met enkele preventieve maatregelen zeker twee derde van de gevallen van toxoplasmose bij pasgeborenen vermijden:
* het is niet nodig de kat op straat te zetten: katten lopen ook slechts 1 keer in hun leven toxoplasmose op en scheiden vervolgens gedurende een tweetal weken oöcysten uit. Aanstaande moeders moeten ten allen prijze vermijden in aanraking te komen met de uitwerpselen van de kat, aangezien de mogelijkheid bestaat dat de kat toch net besmet zou zijn. De kattenbak proper maken is dus een klus voor de niet-zwangere huisgenoten.
* rauwe groenten dienen gewassen te worden voor ze op tafel komen. Gewoon wassen volstaat. Nadien ook de handen wassen. De cysten spoelen makkelijk van de handen af.
* voor en na het manipuleren van rauw vlees eveneens de handen wassen. Het eten van rauw vlees vermijden. Cysten overleven niet bij temperaturen onder -20°C en boven 70°C.
* bij tuinieren dienen handschoenen gedragen te worden, na het tuinieren de handen wassen.

Toxoplasmose kan opnieuw uitbreken bij problemen met het immuniteitssysteem, zoals tijdens chemotherapie, orgaantransplantatie of AIDS.
België en Frankrijk zijn koplopers wat betreft onderzoek naar en het voorkomen van toxoplasmose bij pasgeborenen, terwijl de ziekte nauwelijks gekend is in b.v. de Verenigde Staten. Dit zou te wijten zijn aan het feit dat Belgen en Fransen behoorlijk wat rauw vlees eten, terwijl dit in de Verenigde Staten veel minder het geval is.

Terug