kop

Patella Luxatie

Patella luxatie is een aandoening die relatief weinig voorkomt bij katten in vergelijking met b.v. honden.
De patella is de knieschijf, luxatie is ontwrichting. Patella luxatie is het ontwrichten van de knieschijf, met andere woorden: de knieschijf is makkelijk van het kniegewricht te verplaatsen en/of verplaatst zichzelf makkelijk van het kniegewricht.
Tussen bovenbeen en onderbeen loopt een pees. Deze pees ligt in een groef. Op deze pees heeft zich een klein beentje ontwikkeld welk ervoor zorgt dat bij het bewegen van boven- en onderbeen de pees niet rechtstreeks in de groef schuift, en dit beentje zorgt dus voor minder slijtage en schade aan zowel de groef als aan de pees. Dit kleine beentje noemen we knieschijf.

Patella In figuur 1 is P de patella (knieschijf), PL is het patella ligament, de pees die van boven- naar onderbeen loopt en F zijn femoropatellar, ligamentjes die de knieschijf op zijn plaats houden. Patella
In figuur 2 is P de patella en G is de groef waarin de knieschijf schuift.


Als de knieschijf uit de groef geschoven is, dan heeft dit gevolgen voor de beweging van het pootje. Het gewricht plooit niet meer zoals het hoort, en beweging is onzeker. Steunen op het pootje wordt vermeden, het meeste gewicht komt naar de voorpootjes. Ook springen wordt moeilijk en onzeker. Soms kan de kat de knieschijf terug op zijn plaats krijgen door de achterpoot te strekken. Omdat katten vrij flexibel zijn, wordt verlamming van het pootje zelden waargenomen, in tegenstelling tot patella luxatie bij honden. Ook wegens die flexibiliteit wordt de aandoening soms niet opgemerkt.

Patella luxatie kan verschillende oorzaken hebben. De luxatie kan het gevolg zijn van een trauma (schok, val, ....). In dit geval is gewoonlijk na het terugzetten van de knieschuif het probleem verholpen, tenzij de knieschijf of de ligamenten beschadigd zijn.
De vorm van Patella luxatie waar we ons meer zorgen over maken en die we kunnen trachten te voorkomen, is een erfelijke vorm. De aanzet van het patella ligament ligt niet midden op het been, maar is deze verschoven naar links of rechts. Hierdoor wordt de knieschijf scheefgetrokken en luxeert spontaan, of na verloop van tijd door het uitslijten van de groef en/of het stukje knieschijf welk in de groef schuift.
Patella luxatie kent verschillende graden:
Graad I --  De knieschijf kan met de hand geluxeerd worden, maar komt makkelijk terug in de normale positie. De kat heeft hier al dan niet af en toe last van.
Graad II --  De knieschijf luxeert bij het buigen van het kniegewricht en komt niet terug op zijn plaats tot het met de hand teruggeplaatst wordt of tot het dier de poot strekt. De kat heeft hier af en toe last van.
Graad III --  De knieschijf luxeert dikwijls maar kan met de hand, of met strekken van de poot, teruggeplaatst worden. De kat verplaatst het meeste gewicht naar de voorpootjes, huppelt als een konijn en/of mijdt het gebruik van het pootje.
Graad IV --  De knieschijf is permanent geluxeerd en kan niet teruggezet worden. De quadriceps spiergroep wordt korter, waardoor het strekken van het pootje moeilijk wordt. De kat verplaatst het meeste gewicht naar de voorpootjes, huppelt als een konijn en/of mijdt het gebruik van het pootje.

Soms kan ook het te ondiep of ontbreken van de groef, of het te klein of ontbreken van de verdikking op de knieschijf die in de groef schuift, de oorzaak zijn van patella luxatie.
De knieschijf kan naar de buitenkant of (meestal) naar de binnenkant van het pootje schieten.
Eén pootje of beide pootjes kunnen aangetast zijn.

Patella luxatie kan aangetoond worden door een dierenarts. Graad I en II zijn soms niet zelf waar te nemen. De meeste dierenartsen hebben ervaring in het diagnoseren van patella luxatie, vooral omdat het frequent bij (vooral kleine) hondenrassen voorkomt. Soms kan radiografie nodig zijn om een correcte diagnose te stellen.
Patella luxatie komt bij katten weinig voor. Bij de Devon Rex en de Abessijn / Somali wordt het soms wel waargenomen. Het is mogelijk dat het bij deze rassen schijnbaar meer voorkomt omdat hier ook intensiever getest wordt, dus het is ook voor andere rassen aanbevolen om bij een routineonderzoek de dierenarts ook even de knieschijfjes te laten nakijken, zeker als het dier gebruikt zal worden voor fok.

Patella luxatie wordt veroorzaakt door een groep genen. Zodra de invloed van deze groep hoog genoeg wordt, manifesteert de aandoening zich. Daardoor is het mogelijk dat kittens uit een combinatie waarbij beide ouderdieren patella luxatie vrij zijn, toch patella luxatie kunnen hebben, door het optellen van de genen van vader en moeder.
Fokken met ouderdieren waarbij patella luxatie (eender welke graad) is vastgesteld, is vragen om problemen en sterk af te raden. Door met deze dieren te fokken verhoog je sterk het risico op kittens met een ernstige handicap. Bijkomend kan ook artrose voorkomen wat de conditie van de dieren nog verergert.

Patella luxatie kan chirurgisch gecorrigeert worden, met een vrij hoge kans op een goed resultaat. De aanzet van het ligament wordt verplaatst, en indien nodig wordt de groef verdiept. De slaagkans wordt kleiner als er al artrose bij betrokken is en/of als de femoropatellar (de ligamentjes) gescheurd of te erg uitgerokken zijn.
Bij jonge dieren wordt soms de pees met verankerde draadjes in de goede richting geleidt. Dit maakt een normale verdere groei mogelijk. De kans dat er een tweede operatie nodig is, is vrij groot.
Te lang wachten om een correctie te laten uitvoeren is niet aan te bevelen wegens het risico op ontstaan van artrose, een pijnlijke en blijvende aandoening.

Een "herstelde" kat is genetisch niet vrij van de conditie en is dus ook niet geschikt voor de fok.

Terug