kop

Arterial Thromboembolism (ATE)

Arterial is Engels voor aders, een Thrombo is een bloedklonter en Embolism (embolie) is het afsluiten (door de bloedklonter) van de bloedtoevoer naar organen.
Het kan iedereen overkomen dat hier of daar een bloedklonter loskomt, door de bloedstroom meegenomen wordt en ergens op een punt komt waar de klonter niet meer verder kan en daar de bloedtoevoer geheel of gedeeltelijk afsluit. Afhankelijk van de plaats waar de bloedtoevoer afgesloten wordt en afhankelijk van de grootte van de bloedklonter kunnen de gevolgen vervelend tot dodelijk zijn. Als dit b.v. in de hersenen gebeurt, dan spreken we van een herseninfarct, in het hart is dit een hartinfarct. Een andere vorm is de diep-veneuze trombose die meestal ontstaat in de bloedvaten van de benen. Het loskomen van een bloedstolsel uit een diep-veneuze trombose kan een longembolie tot gevolg hebben.
Ook bij onze katten kan dit voorkomen, en vooral katten met HCM lopen hier een sterk verhoogd risico.
Bij HCM is de mogelijkheid groot dat in de vergrote linkerboezem het bloed niet voldoende circuleert en bloedklonters gevormd worden. Als deze (of een stuk ervan) loskomt, vertrekt deze via de linkerkamer naar de aorta. Is de bloedklonter groot genoeg om b.v. voor één van de hartkleppen te blijven steken, dan heeft de kat een hartinfarct. Kan de bloedklonter passeren, dan komt deze in meer dan 90% van de gevallen vast te zitten waar de slagader zich in 3 splitst om de beide achterpoten en de staart van bloed te voorzien. De net nog rondlopende kat kan haar achterpoten plots niet meer gebruiken.
Onnodig te vermelden dat deze situatie zeer ernstig is en dringend tussenkomst van een dierenarts levensnoodzakelijk is.
Diagnose van deze trombose is gewoonlijk gebaseerd op de klinesche tekenen: verlamming van één of beide achterpoten, geen hartslag waar te nemen in (één van) de achterpoten, koude achterpoten, blauw worden van nagelranden en voetzooltjes. In de meeste gevallen gaat dit alles gepaard met hevige pijn, soms ook shock.ATE
Hoewel dit op alle leeftijden kan voorkomen, komt het meest voor bij katten tussen 4 en 7 jaar oud. De meeste katten met ATE zijn ook HCM positief bevonden. De meeste andere katten zonder hartproblemen blijken bij nader onderzoek toch aan HCM te lijden.
De doelstelling bij de behandeling van ATE is de kat door de eerste critische fase helpen. Rust, pijn verminderen, bloeddoorstroming bevorderen en (mogelijk) hartfalen behandelen of voorkomen. Vooral de pijn bestrijden is cruciaal. Hierdoor wordt de kat rustiger en wordt haar systeem minder belast. Bloeddoorstroming verbeteren met b.v. een infuus is bij katten met een hartafwijking een uitdaging. Antistollingsmiddelen worden aanbevolen bij de acute crisis. Dit om vorming van meerdere bloedklonters te voorkomen en om de bestaande bloedklonter niet groter te laten worden.
De meeste katten overleven de acute critische fase niet. Ze sterven of worden ingeslapen binnen de 48 uur na de verlamming.
Als de kat de eerste fase overleeft heeft, dan kan men beginnen met de behandeling.
Er bestaan geneesmiddelen om bloedklonters op te lossen. Bij een studie op 46 katten had de helft terug polsslag in de achterpoten en 30% kon de achterpoten terug gebruiken binnen de 24 uur. Een andere studie heeft uitgewezen dat door de plotse bloedtoevoer in de achterpoten hoge concentraties potassium vrijkomen in het bloed waardoor bij 70% van de katten complicaties optraden met dodelijke afloop. Aangezien de geneesmiddelen bloedklonters afbreken, bestaat ook het risico op inwendige bloedingen. Daarbij komt dat deze geneesmiddelen zeer duur zijn.
Als men de natuur zijn gang laat gaan, dan blijkt de bloedtoevoer in ongeveer 45% van de gevallen terug vanzelf op gang te komen. Het lichaam breekt zelf de bloedklonter af en bloedvaten in de omliggende weefsels nemen de bloedtoevoer gedeeltelijk over.
Via een catheter kan de bloedklonter verwijderd worden. In de Universiteit van Californië zijn 6 katten op die manier behandeld. Bij 5 katten werd de klonter met succes verwijderd. 3 van de 5 katten konden levend het hospitaal verlaten. De katten hebben nog tussen 4 en 24 maanden geleefd.
Er zijn geen studies voorhanden betreffende het voorkomen van ATE. Er is geen manier om te weten welke katten met HCM een groter risico lopen op ATE. Blijkbaar verhoogt behandeling met corticosteroiden het risico op ATE. HCM katten die onder narcose moeten blijken ook een verhoogd te lopen op ATE. Bloedverdunners en antistollingsmiddelen worden toegepast om (een herhaling van) ATE te voorkomen, maar er is niet veel bekend of dit met of zonder succes verloopt.
Een gezonde levenswandel kan natuurlijk ook helpen, zowel bij HCM als om ATE te voorkomen: een normaal gewicht, een gebalanceerde, volwaardige voeding, beweging en geen blootstelling aan sigarettenrook.
De onvoorspelbaarheid van HCM maakt van de ziekte een frustratie om mee te leven. Als er ook ATE bijkomt, dan stijgt de frustratie met een factor 100.

Terug